Science & Sanity – Korzybski…een vergeten genie?
<!– /* Font Definitions */ @font-face {font-family:"MS Mincho"; panose-1:2 2 6 9 4 2 5 8 3 4; mso-font-alt:"MS 明朝"; mso-font-charset:128; mso-generic-font-family:roman; mso-font-format:other; mso-font-pitch:fixed; mso-font-signature:1 134676480 16 0 131072 0;}@font-face {font-family:"Cambria Math"; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:roman; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1107304683 0 0 159 0;}@font-face {font-family:Calibri; panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:swiss; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-1610611985 1073750139 0 0 159 0;}@font-face {font-family:"\@MS Mincho"; panose-1:2 2 6 9 4 2 5 8 3 4; mso-font-charset:128; mso-generic-font-family:modern; mso-font-pitch:fixed; mso-font-signature:-1610612033 1757936891 16 0 131231 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:""; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:0cm; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS Mincho"; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}p.MsoListParagraph, li.MsoListParagraph, div.MsoListParagraph {mso-style-priority:34; mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:36.0pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS Mincho"; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}p.MsoListParagraphCxSpFirst, li.MsoListParagraphCxSpFirst, div.MsoListParagraphCxSpFirst {mso-style-priority:34; mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-type:export-only; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:0cm; margin-left:36.0pt; margin-bottom:.0001pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS Mincho"; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}p.MsoListParagraphCxSpMiddle, li.MsoListParagraphCxSpMiddle, div.MsoListParagraphCxSpMiddle {mso-style-priority:34; mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-type:export-only; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:0cm; margin-left:36.0pt; margin-bottom:.0001pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS Mincho"; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}p.MsoListParagraphCxSpLast, li.MsoListParagraphCxSpLast, div.MsoListParagraphCxSpLast {mso-style-priority:34; mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-type:export-only; margin-top:0cm; margin-right:0cm; margin-bottom:10.0pt; margin-left:36.0pt; mso-add-space:auto; line-height:115%; mso-pagination:widow-orphan; font-size:11.0pt; font-family:"Calibri","sans-serif"; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS Mincho"; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; mso-ascii-font-family:Calibri; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS Mincho"; mso-hansi-font-family:Calibri; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-fareast-language:EN-US;}.MsoPapDefault {mso-style-type:export-only; margin-bottom:10.0pt; line-height:115%;}@page Section1 {size:595.3pt 841.9pt; margin:70.85pt 70.85pt 70.85pt 70.85pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;} /* List Definitions */ @list l0 {mso-list-id:1739859882; mso-list-type:hybrid; mso-list-template-ids:-1004353026 1691890404 68354073 68354075 68354063 68354073 68354075 68354063 68354073 68354075;}@list l0:level1 {mso-level-tab-stop:none; mso-level-number-position:left; margin-left:53.25pt; text-indent:-18.0pt;}ol {margin-bottom:0cm;}ul {margin-bottom:0cm;}–>
Goede web-log.nl gebruiker,
Op mijn zeventiende werd ik door Joelle (Mevr.Salomé), mijnvriendin in die tijd, voorgesteld aan een vriendin, Tatjana uit Ede. Door dezevriendin werd ik toen op het bestaan van Generale Semantiek gewezen, en dan metname de grondlegger daarvan Alfred Korzybski. Mijn vriendin Joelle is op 25oktober 2008 overleden, maar nu na hervat contact begint het door Tatjana aangereikteidee over General Semantics in te dalen. (Tatjana,mijn dank is groot voor deze leerzame tip die me nog wel enige tijd bezig zalhouden).
Gebaseerd op: Korzybski’s wetenschap van “DEN MENSCH” doorP.H. Esser en R.L. Krans (1939)
Deel 1
Note: Uit het oogpunt vanleesbaarheid en het zo begrijpelijk mogelijk te maken van het onderstaande ishet taalgebruik van de vooroorlogse jaren (1939) gemoderniseerd naar mijn besteweten en kunnen. RobertKwakkelstein.
Graaf Alfred Korzybski stamt uit een oude Poolse familie,die zich steeds meer voor wetenschap en cultuur dan voor staatskunde geïnteresseerdheeft. Sinds de 16e eeuw hielden mannen van zijn geslacht zich metwiskundige problemen bezig. Zijn vader was generaal bij de genie. Korzybskiontving even als deze een opleiding tot ingenieur aan de Universiteit teWarschau, hij was echter als zoodanig nooit werkzaam in de praktijk. Al zijnvrije tijd besteedde hij aan wetenschappelijk onderzoek en wel op wiskundig,psychiatrisch en pedagogisch gebied. In Rome studeerde hij Griekse filosofie.In de eerste wereldoorlog was hij als cavalerist ingedeeld bij de Generale stafwaar hij hoofdzakelijk “psychologisch” werk verrichtte; later was hijtoegevoegd aan de staf van de Russische opperbevelhebber, groothertog Nicolaas.Als artillerie-expert werd hij aangewezen om naar de VS en Canada te gaan. Nade ineenstorting van Rusland diende hij bij het Frans-Poolse leger.
Toen de wereldoorlog afgelopen was, schreef hij zijn Manhood of Humanity, dat in 1921 isverschenen. Jacques Loeb haalde hem over in Amerika te blijven en zich geheelaan wetenschappelijk werk te wijden. In 1933 publiceerde hij zijn belangrijksteboek Science and Sanity. Sinds dienheeft hij zich bezig gehouden met zijn methode verder uit te werken en zeempirisch te verifieeren. Als gevolg van zijn werkzaamheden bestaattegenwoordig The Institute of GeneralSemantics. Lakeville Conn., dat over tal van voortreffelijke medewerkersbeschikt en o.a. zijn lessen uitgeeft. Korzybski geeft cursus (Olivet-colleges)in General Semantics. Zijn methodeheeft in verschillende inrichtingen van onderwijs toepassing gevonden (BarstowSchool in Kansas City; Williams Institute in Berkely, Cal.; enz.) Hetpsychiatrisch werk aan de Universiteit van Chicago gaat van zijn methodiek uiten de resultaten lijken verblijdend. Ook vind zijn methodiek toepassing inpsychiatrische inrichtingen.
In zijn hoofdwerk Scienceand Sanity, an introduction to non-aristotelian systems and general semantics,verschenen in 1933, stelt Korzybski zich ten doel een algemene wetenschap van “demens” te geven, welke al zijn functies omvat. In een vroeger werk, Manhood of Humanity, had Korzybski “demens” in tegenstelling met “het dier” in functioneel opzicht time-binder genoemd. Het dierlijk levennoemde hij space-binding, dat derplanten energy-binding. Waarnemingvan “mens” en “dier” had hem doen zien, dat de ene mens kan beginnen, waar deander ophield, welke mogelijkheid bij andere wezens ontbreekt. Het onderzoeknaar het mechanisme van time-bindingleerde hem, dat “de mens” zich niet voldoende menselijk gedraagt. Op hetgeendoor vorige generaties en door de verschillende wetenschappen bereikt is, wordtweinig acht geslagen; men gebruikt dat niet.
Hij zou zijn werk antropologiewillen noemen, ware het niet zo dat deze term reeds in gebruik is voor een veelbeperkter tak van wetenschap, n.l. voor een animalistische natuurlijke historie van de mens. Een algemene antropologie moetook factoren insluiten, die in de dierenwereld niet bestaan, zoals taal,maatschappelijke verhoudingen, wiskunde, wetenschap enz. Deze bepalen hetmilieu van een mens en zijn semantische reacties die op hun beurt op zijnontwikkeling invloed uitoefenen.
Om de time-bindingbeter tot haar recht te laten komen is popularisatie van de wetenschap eenslecht werkend middel. Analyse van de wetenschap die de structurele ensemantische aspecten naar voren brengt is noodzakelijk. Niet de moeilijketechniek der wetenschap, maar de betrekkelijk weinige structurele gegevenskunnen de leken bijgebracht en in hun simpelste vorm zelfs aan kinderen enzwakzinnigen meegedeeld worden. In vele opzichten is dit het tegengestelde vanpopularisatie – immers al populariserende brengt men iets dat structureelcorrect is; n.l. de wetenschap over in gewone spreektaal uit het dagelijkseleven, die van een te primitieve structuur is.
Een mens kan beter volgens zijn natuur en de eisen van zijntijd leven, als hij van de structuren die de moderne wetenschap aan het lichtgebracht heeft, kennis neemt en deze kennis op zich in laat werken. Hierdoorzal zijn wijze van reageren op allerlei prikkels d.w.z. zijn semantischereacties beantwoorden aan de omstandigheden van 1933; hij blijft bevrijd vanspanningen die zelfs tot krankzinnigheid kunnen voeren.
De technische vooruitgang van de verschillende takken derwetenschap heeft nog geen analoge wijziging in de dagelijkse levenshouding vanmensen teweeg gebracht. Een soort van“infantilisme” is daarom overal in de samenleving merkbaar, waarvanverschillende uitingen tegenwoordig nog verdedigd worden alsof ze denatuurlijke uitdrukking van de menselijke aard zijn. Korzybski heeft hier hetoog op gevechten, stakingen, concurrentie e.d.
We moeten in de opvoeding nieuwe factoren introduceren om demislukking van het moderne leven te vermijden. Zo worden er in onze opleidingenuitsluitend de aan Euclides en Newton ontleende ideeën geleerd, terwijl dewerkelijke omstandigheden waaronder we leven afhangen van niet-Euclidische enniet-Newtonische principes.
Om een systeem op te bouwen dat in structuur overeenkomt metde structuur van de in 1933 bekende wetenschappelijke feiten, heeft Korzybskizich bezig gehouden met het bestuderen van de verschillende takken derwetenschap. Zijn resultaat verdient belangstelling vooral omdat hij in zijnonderzoek een ruime plaats gegeven heeft aan de psychiatrie en het gedrag vanpsychisch gestoorden en aan de moderne logica en de studiën over de grondslagender wiskunde, welke tot nu toe zelden in één algemeen wijsgerig systeem verwerktzijn. De fundamentele punten in Korzybski’s systeem zijn:
1. Men moet zich aanwennen om scherp hetonderscheid te zien tussen woord (symbool) en het geen door het woordvoorgesteld is. Woord en “object” worden gewoonlijk geïdentificeerd. We kunnenwel zitten op het voorwerp genaamd “stoel” maar we kunnen niet op een “stoel”, d.w.z.op het geluid dat wij maken of de naam die we aan het voorwerp geven, zitten.Ook beschrijvingen zijn niet identiek met het objectieve niveau. Om ditverschil te accentueren noemt Korzybski het laatst genoemde hetonuitsprekelijke niveau.
Onze taal werkt het vervlakken van bovengenoemd onderscheid in de hand.“Dit is een potlood” is een uitspraak die met de feiten in strijd is omdat hetvoorwerp geen woord is. Een ander bezwaar is dat de gebeurtenissen (events) niet in elementen gesplitstkunnen worden; zij zijn non-elementalistic (afgekortnon-el). Onze taal geeft ons vormen van voorstelling die elementalistic zijn. De feiten leren onsniet de splitsing in “ruimte” en “tijd” of bij de mens in “ziel” en “lichaam”of van “emotie” en “verstand”. In woorden kunnen wij deze splitsingen aanbrengenin afwijking tot de actuele feiten.
2. Korzybski verwerpt de mogelijkheid van“identiteit” indien men haar definieert als absolute gelijkheid in alleopzichten. Het potlood is opgebouwd uit elektronen, protonen, e.d. die invloeduitoefenen op en ontvangen van hun omgeving; het is met die omgeving dusverbonden. Het ligt aan de beperktheid van onze zintuigen dat we het potloodtot een object reduceren. De elektronen, enz. zijn voortdurend in bewegingzodat het potlood in zijn delen steeds aan verandering onderhevig is. Destelling “Elk ding is identiek met zichzelf” is dus in strijd met de feiten.Alle speculaties die op een dergelijk identiteitsprincipe gebouwd worden hebbengeen betrekking op de actuele wereld, maar op één die uit zinsbegoochelingvoortkomt. Korzybski wil het woord “identiteit” uit onze vocabulaire schrappen;het woord “identificatie”heeft zin als term in de psychiatrie.
3. In de ontwikkeling van de exactenatuurwetenschappen treden twee tendenties op de voorgrond. De eerste is om denatuurwetenschap steeds sterker op het experiment te baseren, de andere isgericht op grotere strengheid t.a.v. de terminologie. Deze laatste leidt tothet vinden van betere vormen van representatie en theorieën.
Hierbij is gebleken dat de “dagelijkse” taal van weinig waarde is in denatuurwetenschap. Deze taal geeft ons een vorm van representatie waarin wijgeen volledige afbeelding van de wereld om ons heen of van ons zelf meer kunnengeven. De natuurkunde heeft in de laatste decennia van vele bij haargebruikelijke woorden en woordverbindingen aangetoond dat zij slechts geluidenzijn en geen verbale representaties van een deel van het onuitsprekelijkeniveau. Bijvoorbeeld oneindige snelheid, absolute gelijktijdigheid, absoluteruimte, absolute tijd enz. Door het loslaten van deze termen heeft de physicaeen grote vlucht genomen. Zo zijn ook bij andere takken van wetenschap termenin gebruik die hun ontwikkeling remmen. Het grote aantal geniale geleerdenonder de jongere physici na de structurele omwenteling en semantischeverlossing, die wij aan Einstein te danken hebben, is een empirisch bewijservoor dat verschillende woordsystemen het functioneren van het menselijkezenuwenstelsel kunnen bevorderen of temperen. (Science and Sanity P.18)
4. In navolging van Bertrand Russel legt Korzybskigrote nadruk op de taalstructuur, waarin wij ons zelf en de wereld om ons heenrepresenteren. De term structuur wordtniet gedefinieerd; wij “kennen” van dergelijke ondefinieerbare termen debetekenis, maar kunnen haar niet vertellen. Met dit “kennen” hebben we hetonuitsprekelijke niveau bereikt. Aan de talen stelt Korzybski als eis, dat zijvan het onuitsprekelijke niveau eenop verbaal niveau gelegenrepresentatie geven van gelijke structuur. Dit soort van overeenstemmingverlangt men ook tussen aardrijkskundige kaarten en het er op weergegevengebied. Een landkaart, waarop bijvoorbeeld Haarlem tussen Leiden en Den Haaggezet is, is fout, omdat de landkaart een structuur vertoont, die afwijkt vande structuur van het gebied. Wanneer we ons door een dergelijke landkaartzouden laten leiden, zouden we verdwalen en een acute behoefte aan modernerenavigatie middelen ontwikkelen ten einde niet nog meer tijd te verliezen. Eenkaart is niet het gebied, dat hetvoor moet stellen; evenzo is een woord niethetgeen er door voorgesteld wordt. Kaarten en talen moeten een zelfde structuurhebben als hetgeen ze voorstellen. De gebruikelijke taal verschilt in structuurvan de in 1939 bekende structuur van de wereld. Net zo als een foutievelandkaart moet dit wel lijden tot semantische ellende. Een taal van slechtestructuur vindt haar nadelige weerslag in maatschappelijke instellingen en indoctrines die op verbale argumentaties berusten. Daar het woord niet het voorwerp is dat het voorstelt, is structuurde enige schakel die onze verbale processen verbindt met de empirischegegevens. We moeten eerst de structurele eigenschappen van de wereld bestuderenen daarna talen van gelijke structuur bouwen. Korzybski beroept zich voor dezeeis op de ontwikkeling van de relativiteitstheorie en de kwantummechanica, waardeze graag gevolgd is. Deze en elkeandere fundamentele wetenschappelijke theorie moeten beschouwd worden als deopbouw van een nieuwe taal met een structuur die overeenstemt met hetempirische feitenmateriaal waarover men op een gegeven datum beschikt.
5. Omdat de gegevens der empirische waarhedenconstant vermeerderen behoren de verschillende wetenschappelijke oordelengedateerd te zijn om hun relatief karakter te accentueren. Vandaar datKorzybski in Science & Sanityvaak het jaartal (1933) achter een zin of zinsdeel zet.
6. Het opstellen van een woordsysteem vindt door abstractie plaats. Dit betekent dat bijde naamgeving van tal van eigenschappen wordt afgezien. Zoals we gezien hebbenis iedere gebeurtenis (event),bijvoorbeeld een “potlood”, van moment tot moment anders. Omdat een gebeurteniszich niet herhaald kan zij ook niet “herkend” worden. Maar een karaktertrek vaneen gebeurtenis kan herkend worden.Uit gebeurtenissen abstraheren wij tot het “voorwerp” (object). Korzybski pastde definitie van Whitehead toe, dat het voorwerphet herkenbare deel van de gebeurtenisis. Voor verschillende mensen zijn die abstracties uit gebeurtenissen, die wijvoorwerpen noemen, verschillend. (Sterk te merken bij mensen die aankleurenblindheid lijden). Een voorwerp behoort tot de abstracties van lageregraad (1e graad). Het geven van een naam of van een oordeel over hetvoorwerp is abstractie in de tweede graad. Hiermee zijn we op het verbaleniveau gekomen. Over dit oordeel kan weer een oordeel gegeven worden. Dit iseen nieuwe abstractie uit de vroegere abstractie, een abstractie in de derdegraad. Hieruit kan men weer op een abstractie in de vierde graad komen, enz.enz. enz. Dit proces is niet aan grenzen gebonden want als een oordeel van eenzekere graad gevormd is, kunnen wij daar steeds weer een oordeel over geven.Dergelijke oordelen over oordelen noemt Korzybski abstracties van hogere graad. Ook hiervoor geldt weer het voorbeeldvan een landkaart: Wanneer de kaart zelf een onderdeel is van het gebied dat zijafbeeldt (bijvoorbeeld een land), dan moet de kaart van de kaart er ook opvoorkomen, en wel eigenlijk oneindig vaak herhaald. Bovenstaande abstracties hebbende eigenschap dat zij verschillende gegevens (die voor de lagere abstractieskarakteristiek waren) buiten beschouwing laten. Bij het abstraheren van gebeurtenis tot voorwerp hebben we kenmerken weggelaten. Het voorwerp heeft meer kenmerken dan wij in de definitie van de naam kunnen geven. Op het etiket potlood kunnen wij zijn lengte,dikte, vorm, kleur enz. schrijven. Maar gewoonlijk letten we niet op detoevallige eigenschappen als een kras op het oppervlak, of de lijm waarmee detwee houthelften bij elkaar gehouden worden. Wanneer we er één kopen in eenwinkel, specificeren wij in woorden alleen die eigenschappen die van bijzonderbelang voor ons zijn.
7. Zijn we ons dit proces van abstraheren bewust,dan weten we dat er eigenschappen zijn die we hierbij weg laten. Men moet zicher steeds van bewust zijn dat deze toch een rol spelen. Dit kan ons voor shocks behoeden. Doordat men kenmerkenbuiten beschouwing laat staat men dikwijls teleurstelling. Wanneer Jansen 1trouwt met Jansen 2, hebben ze enig idee van wat “man”, “vrouw” en “huwelijk”zijn. Na de huwelijksvoltrekking ontdekken zij, dat Jansen 1 en zijn vrouwJansen 2 onverwachte voorkeuren en afkeren hebben en allerlei eigenaardigheden,die niet in hun voorstelling voor kwamen. Jansen 1 is zich niet bewust geweest,dat zijn begrip “vrouw” een graad van abstractie voorstelt. Teleurstellingenhopen zich op en een min of meer ongelukkig huwelijksleven begint. De verschillendegraden van abstractie dienen goed uit elkaar gehouden te worden. Anders looptmen gevaar voor identificatie, enz.
Korzybski heeft dit aanschouwelijk voorgesteld in een toestel The Structural Differential, dat dienenkan voor onderwijsinstellingen om de leerlingen te trainen in het onderscheidenvan graden van abstractie. Creatieve geleerden delen mede, dat veel van hunwerk begint als een “gevoel”, “neiging”, “intuïtie” of een andere “affectieve”toestand (onuitspreekbaar), welke later de vorm van een verbale uitdrukkingaanneemt die dan tot een theorie uitgewerkt wordt.
8. Er zijn woorden als eigenschap, relatie, getal,verschil, weten, denken, haten, enz. die in alle graden van abstractie gebruiktworden. Korzybski noemt deze multiordinalterms (m.o. terms). Zij zijn niet één waardig, maar oneindigwaardig; hunbetekenis is slechts in een zeker verband vastgelegd wanneer de graad vanabstractie aangegeven kan worden. Zij hebben dus niet algemeen één betekenis.In aansluiting op Russel licht Korzybski dit toe met het voorbeeld van deleugenachtige Kretenzer dat vereenvoudigd is tot het oordeel: “ik lieg”.Wanneer dit oordeel juist is, spreek ik niet de waarheid, dus dan is hetoordeel niet juist; is het onjuist, dan spreek ik de waarheid, dusdan is mijn oordeel juist! Deoplossing van deze paradox ligt hierin, dat liegen een m.o. term is. Een oordeel over het oordeel “ik lieg” is eenabstractie van hogere graad, dan die waarop het oordeel “ik lieg” betrekkingheeft. Deze graden van abstractie mogen niet geïdentificeerd worden. Dejuistheid van “ik lieg” als oordeel van de graad n impliceert niet dat ook “ik lieg” in de graad n + 1 juist is! Er bestaat dus geenparadox indien we rekening houden met de verschillende graden van abstractie.Een verwarring van deze graden van abstractie en het gebruik van m.o. terms, zonder dat we ons hunoneindig waardig karakter realiseren, kan zo tot onoplosbare verbale problemenlijden. Wanneer men de meetkunde van Euclides en Lobatchewski vergelijkt, kanmen zowel zeggen dat Lobatchewski een nieuwe veronderstelling invoerde als dathij een onderstelling van Euclides wegliet. Het hangt van de graad vanabstractie af, hoe men het oordeel formuleert. Zo betreffen meer bestaandestrijdpunten eerder kwesties van voorkeur dan essentiële geschillen.
9. Zinnen die aan het gewone spraakgebruik ontleendzijn en waarin het woord “alle” optreedt, zoals “een eigenschap van alleeigenschappen”, lijden tot contradicties. We kunnen niet over “alle”eigenschappen spreken zonder beperking, indien we doorgaan met nieuweeigenschappen in te voeren. De waarden van “alle” zijn noodzakelijk beperkt.Korzybski wijst er in dit verband op, dat in de zin: “Hij heeft alles aan zichonderworpen”, van dit “alles” hij uitgezonderd is, die “alles” onderwierp.“Alles” betekent nergens “alles”. Hier uit zich ook het verschil in graden vanabstractie. Wanneer men zich dit verschil bewust is, elimineert men vanzelf de“identificatie” en het “alles”. Realiseert men zich het onderscheid in gradenvan abstractie dan volgt vanzelf, dat het “tertium non datur” niet aanvaardwordt. De uitspraak “A is B of A is niet-B” is typisch twee waardig; een derdemogelijkheid is uitgesloten. De traditionele “logica” verzacht de wet door“modaliteiten” toe te laten. De Poolse logici Lukasiewics en Tarski hebbeneerst een drie waardige logica opgesteld, die deze modaliteiten mede omsloot,later een n-waardige. Korzybski meentdat alleen een oneindig waardige generalsemantics ons voor paradoxen, identificatie enz. kan behoeden. Analoog aande verwerping van de twee waardige “logica”, die op tertium non datur (letterlijk vertaald; “een derde mogelijkheid wordt niet geboden”) gebaseerdis, vervangt hij ook het twee waardige determinisme van “oorzaak en gevolg”door een oneindig waardig determinisme van maximum waarschijnlijkheid. Hetloslaten van de fundamentele regels der traditionele logica, zoals het identiteitsprincipe en het tertium non datur doen volkomen rechtaan de ondertitel: an introduction tonon-aristotelian systems. Evenals de ontdekking van niet-Euclidischemeetkundes de Euclidische meetkunde van demeetkunde een meetkunde werd, en doorhet werk van Einstein het heelal van Newton van het heelal een heelal, zowordt ook de Aristotelische logica van delogica een logica in het kader van deniet-Aristotelische systemen.
